Biofotonen

Wat een verwondering kunnen wij hebben over het leven in de natuur.


Een minuscuul klein zaadje kan zich ontwikkelen tot een enorme plant. 

Een bevrucht eitje kan uitgroeien tot een volwassen wezen. 

Wat laat ons en onze dieren en planten leven ?  

Op deze vraag hebben zich al vele mensen gebogen en een pasklaar antwoord is er nooit echt gegeven. Eén ding staat er echter vast: het verschil tussen leven en dood is energie. Zonder energie is er geen leven mogelijk. Zonder de zon, onze lichtbron, kan er geen leven op aarde bestaan. De zon schenkt ons warmte\ licht, anders gezegd energie........, daar draait het allemaal om.                             


Hoe zit dat dan met onze energie? Waar halen we die vandaan en kun je die dan ook meten of in beeld brengen?

Al in het begin van de vorige eeuw,rond 1920, hebben onderzoekers zich hiermee beziggehouden en één van hen, de Rus Gurwitsch had de hypothese ontwikkeld dat cellen licht zouden uitstralen, omdat hij in ui-wortels een soort straling ontdekte en dat verschijnsel noemde hij mitogenetische straling. Pas een halve eeuw later ontwikkelde de biofysicus Fritz Albert Popp een apparaat wat in staat was fotonen (licht moleculen) te tellen.

Hij en z'n sceptische leerling Bernard Ruth, begonnen met jonge komkommerplantjes in het apparaat te plaatsen en ontdekten dat deze plantjes lichtgolfjes (fotonen) uitzonden. Ruth schreef dit toe aan fotosynthese, waarmee planten kooldioxide en water omzetten in suikers d.mv. licht. Popp begon toen met jonge aardappelen die hij in het donker liet groeien, zodat fotosynthese (het omzetten met behulp van licht) werd uitgesloten. Ook deze aardappelen bleken, ondanks de groei in het donker, fotonen (licht) uit te zenden.

Uitzending van licht (biofotonen-emissie)gemeten door Pop p.     

 

A takje met verse blaadjes B takje met blaadjes van 3 dagen oud.

Ook ontdekte hij dat fotonen in levende systemen een same nhang (coher entie) vertoonden. Net als in een orkest elk instrument zijn eigen muziek speelt, maar in samenspel met elkaar een harmonisch geheel vormen zo dat   de uiteindelijke klank een effect geeft dat niet te evenaren is door één enkel instrument te bespelen. 


 De samenhang zorgt ervoor dat, als het ons aanspreekt, we bijv. fysiek mee gaan neuriën, zingen of bewegen of ons geestelijk prettig voelen of op een andere manier geëmotioneerd worden. Ook dan zijn we afgestemd op de muziek en blazen we als het ware onze eigen partij mee.


Om ons te voeden eten we planten of dieren (die zich voeden met planten). Popp stelde vast dat de groente die wij eten in onze spijsvertering wordt omgezet in kooldioxide, water en voedingsstoffen die specifiek in die plant zitten én het zonlicht wat in de plant is opgeslagen. De fotonen, het licht, worden door het lichaam opgenomen en sturen alle moleculen van het lichaam aan. Popp toonde aan dat moleculen op bepaalde trillingen reageren en dat een reeks trillingen (frequenties) van de fotonen in andere delen van het lichaam een diversiteit van frequenties in andere moleculen activeert.

Fotonen sturen lichaamsprocessen aan en vormen netwerken (hij noemde dit biofoton-emissies) die ervoor zorgen dat er informatie kan worden overgedragen door en naar de cellen onderling. Popp bewees dat het DNA (het voor elk mens unieke erfelijkheids materiaal) in onze cellen met name de plaats is waar de fotonen worden opgeslagen en de plaats is waaruit het netwerk z'n gegevens put.

Het DNA in de cellen.

Cellen in ons lichaam zenden dus licht uit. Gezonde cellen coherent licht: dus in samenhang, in harmonie met het lichaamssysteem.

Zieke cellen daarentegen stralen chaotisch licht uit (incoherent) en zorgen er dus voor dat de informatie van of voor andere cellen of stopt of verkeerd wordt doorgegeven waardoor een orgaan (een groep functi e gerichte cellen) en daarna het lichaam in de war raakt. Wij noemen dit ziek zijn. Het bewijs dat gezonde cellen harmonieus licht en zieke cellen chaotisch licht uitstralen deed Popp en een aantal andere onderzoekers besluiten een apparaat te ontwikkelen waarmee je de frequenties in beeld kunt brengen. Dit leidde tot het bio-resonantie apparaat. Hiermee kun je laag frequentie gebieden meten.

Voor de bio-fotonen in de cellen was dit bereik eigenlijk te beperkt, daar ze zich, bleek later,ook in hoog frequentie gebieden bevinden.

Johan Boswinkel ontwikkelde hiervoor een apparaat dat veel verfijnder kon werken en dat de verschillende types licht kan onderscheiden. Dit nieuwe apparaat, de Starlight, werkt met glasvezelkabels waardoor het frequentie gebied enorm is uitgebreid. Deze nieuwe technologie maakt het mogelijk om het immuunsysteem te herstellen, daar, wanneer dit niet goed functioneert, ziek-zijn begint. Maar ook is het in staat om andere verstoringen in het lichaam op te heffen door de oorzaak te achterhalen aan de hand van o.a. vooraf gedane metingen.

De therapie geneest niet de aandoening of ziekte, maar zorgt ervoor dat het systeem van het lichaam weer zo gaat functioneren als het hoort, waardoor het in staat wordt gesteld zichzelf weer te genezen.

Uitgebreide informatie over onderzoek van de kwantum fysica/mechanica en het nulpunt energieveld is o.a. te lezen in het boek "Het Veld" van Lynne Mc Taggart.